Objectles hemel/hel *

 

 

Neem een kwart van een a-4.

Doe zoals aangegeven op de tekening.

 

Verhaal uit Engeland:

Er was eens een man die zag dat iemand anders een kaartje voor de hemel had.

“Dat wil ik ook hebben,” zei de man, “Je moet mij een stukje geven, anders vermoord ik je.”

(Knip een stukje van het kaartje af en geef het aan de man die het vraagt.)

Dus de christen gaf hem een stukje.

Maar de misdadiger vond het eigenlijk te weinig. Voor de zekerheid wilde hij nog een stuk erbij hebben.

Ook dat kreeg hij. Hoewel de boosdoener een slordig en vies mens was bewaarde hij de stukjes van de toegangskaart zorgvuldig net als de goede man.

 

Er ging een lange tijd voorbij tot beide mannen vlak na elkaar stierven en op weg gingen naar de hemelpoort.

 

Bij de hemelpoort aangekomen gaf hij zijn stukjes aan God.

God keek er eens naar en zei: “Als ik naar deze stukjes kijk, zie ik dat je niet mijn kind bent.”

(Laat zien dat de stukjes het woord “hell” spellen.)

De boosdoener moest naar de plaats die hij zelf had gekozen.

 

De christen kwam ook bij de hemelpoort. Hoewel zijn kaartje beschadigd was, zei God toch: “Ik zie duidelijk dat je mijn kind bent, want je vertrouwt op het bloed van mijn zoon Jezus. Welkom in de hemel.”

(Open het overgebleven gedeelte en je ziet een kruis.)

Jezus zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij.” Joh.14:6.

Heb jij al een kaartje?