Nooit laat ik je
in de steek, Ester
Deze Mordechai was de pleegvader van Hadassa, ook
Ester genoemd, die een nicht van hem was en geen vader of moeder meer had. Na
de dood van haar ouders had Mordechai haar als dochter aangenomen. Het meisje
was lieftallig en mooi.
Ester 2:7
Al verlaten mij vader en moeder, de Heer neemt mij
liefdevol aan. Psalm 27:10
Een moeder
vertelt: ´Toen onze pleegdochter Brenda in ons huis kwam was ze een baby van
acht maanden. Haar vader en moeder hadden haar in de steek gelaten. Ik weet nog
hoe ik haar in haar bedje legde, haar over haar scheve kalige bolletje aaide en
zei: Ik zal goed voor je zorgen, Brenda.
Tot ons grote verdriet
bleek een paar maanden later, dat ze invalide was, spastisch. We hebben heel
wat ziekenhuizen en dokters met haar afgelopen, maar dat vonden we niet erg,
want we wilden altijd voor Brenda blijven zorgen. Nu is ze een mooie jonge
vrouw geworden in een rolstoel, die zelf voor haar man en kind kan zorgen. Zo
gaat het werk van God door.´
Niemand weet wat
er in de toekomst gaat gebeuren. Een ding is erg belangrijk, dat Jezus heeft
beloofd: ´Ik zal je nooit verlaten!´
Lang geleden in het
land van Medië en Perzië was er ook een pleegkind. Ze wist niet dat God haar
had uitgekozen om een heel belangrijke rol te spelen in de geschiedenis van
haar volk.
´Vanmiddag gaan we
naar de wever, Ester,´zegt Mordechai tegen zijn nicht. ´Je jas wordt veel te
klein.´
´O, leuk,´zegt
Ester, ´Krijg ik er dan een met rode strepen van onderen, Mordechai?´
´We zullen wel
zien, meisje.´
Wat is Ester blij.
Ze is de laatste tijd hard gegroeid. Ze krijgt lange benen. Ester denkt even
na. Wat zal ze met haar oude jas doen?
´Mordechai, zal ik
mijn oude jas maar aan Vera van de buren geven? Haar ouders zijn zo arm.´
´Ja, dat is goed,
Ester, maar nu moet je me even helpen met het versjouwen van deze kist.´
Ester woont al een
hele tijd bij Mordechai. Hij is haar neef. Haar ouders zijn gestorven toen ze
nog klein was. Mordechai en zijn vrouw hebben haar opgevoed alsof zij hun eigen
kind is. Ze is een beeldschoon meisje geworden. Altijd is ze in de weer met
kleine kinderen. Ze kleedt ze aan en gaat met ze wandelen naar de rivier., Ze
wast hun snoetjes en veegt hun tranen af. Ester zal vast en zeker een lieve
moeder worden.
Door de kleine
raampjes van hun huis ziet Ester, als ze even opkijkt van haar werk een
paardenlijf voorbijgaan. Gaat er een deftig iemand door hun straat? Daar moet
ze meer van weten. Ja hoor! Het zijn dienaren van de koning, allen op vurige
paarden. Er zijn ook soldaten bij. Een ervan ziet haar, komt op haar af en
grijpt haar bij de arm.
´Meekomen!´beveelt
hij.
Wat is er? Wat
gebeurt er met haar?
´Mordechai!!!´
Meteen komt
Mordechai aanrennen.
´Blijf van dat
meisje af! Wat moet dat?´schreeuwt hij tegen de soldaat. Die zwaait met een
stuk perkament, waarop duidelijk het zegel van de koning te zien is.
´De koning zoekt
een nieuwe koningin. De mooiste meisjes van het land moeten naar het paleis
komen.´
´Dan moet je haar
vlug loslaten, soldaat,´zegt Mordechai slim, ´want wie weet knijpt u nu wel in
de arm van de toekomstige koningin!´
Dat helpt. De
soldaat laat haar los en stamelt een excuus. Ester moet toch mee.
Ze loopt naar haar
pleegmoeder en valt haar om de hals. Huilend kust die haar op beide wangen.
´Lief kind, wees
maar niet bang. De Almachtige zal je beschermen. Het is toch een grote eer, dat
ons meisje wordt uitgekozen om in het paleis te komen.
Ester kijkt haar
met grote ogen angstig aan.
´Denk eraan, dat
je een Jodin bent,´gaat haar pleegmoeder verder, ´vergeet je gebeden niet en
handel naar Gods wet. Je weet wat we je geleerd hebben.´
Ester knikt Ze
slikt moedig haar tranen weg.
´Ik zal je elke
dag komen opzoeken, Ester,´zegt Mordechai. Hij slaat zijn arm om haar
schouders. Samen lopen ze naar buiten waar een soldaat haar voor op een paard
tilt. Alle buurtkinderen en kennissen staan te kijken. Sommigen huilen. De
stoet vertrekt naar het paleis. Bij de hoek zwaait ze nog even.
´Dag Ester,
dag!´roept iedereen.
Ester komt met
veel andere meisjes in het vrouwenpaleis. Hegai, de bewaarder van de meisjes,
vindt haar meteen te gek en geeft haar de mooiste kamers.
Ze krijgt dienaressen,
die haar mooi maken en haar kleren geven.
Elke ochtend moet
ze van top tot teen met mirreolie ingesmeerd worden. Daar wordt je huid erg
zacht van. Ester moet leren elegant te lopen, te zitten en te buigen.
Na een jaar is het
eindelijk haar beurt om bij de koning te komen. En… hij kiest juist haar uit om
de nieuwe koningin te worden, niet zozeer om haar mooie gezichtje, maar vooral
om haar lieve karakter.
Mordechai heeft
woord gehouden. Elke dag komt hij haar opzoeken. Soms moet hij lang wachten
voordat ze komt. Dan gaat hij er maar bij zitten.
Ester vraagt hem
nog vaak om raad. Ze doet precies wat hij haar aanraadt, ook al is ze nu
koningin.
Op een dag, als
Mordechai weer bij de poort zit, hoort hij twee mannen met elkaar fluisteren.
Ze maken plannen om de koning te doden. Mordechai schrikt erg. Dat mag nooit
gebeuren. Het kan nog gevaarlijk zijn voor Esther ook. Hij moet de koning laten
waarschuwen. Dat doet hij en even later zitten de boeven veilig achter slot en
grendel.
Wat is het fijn,
dat Ester zo´n goede pleegvader heeft. Hij beschermt haar, is haar raadgever en
let er goed op, dat niemand haar kwaad doet.
Zo´n goede
pleegvader hebben wij ook. Dat is onze Vader, die in de hemel woont. Hij laat
ons nooit in de steek.