Ganzenbordspel Zending

 

Nodig: schmink en een tv van een kartonnen doos, snoepsleutels, Een schaal water en een lepel, 2 leuke boekenleggers, evenveel dropveters als er kinderen zijn, cadeautje voor de winnaar.

 

1. Je gaat de wereld in, want de Drie-enige God heeft je geroepen. Stel je pion op.

3. Er zijn drie personen in de Drie-eenheid. Zij zenden uit.

De Vader zond:…

De Zoon zond:….

De Heilige Geest zendt:…

Als je het weet mag je drie plaatsen verder. Anders blijf je staan.

7. Wat is het zendingsbevel? Ga een plaats vooruit.

10. Je moet een andere taal leren. Dat kost tijd.

Probeer te raden wat de volgende woorden zijn: (Eén rijtje per keer)

 

Spaans

Frans

Engels

Muchas gracias = dankuwel

La casa              = het huis

por favor           = alstublieft

El banco            = de bank.

      El autobús         = de autobus

La bible = de bijbel

Merci = dankuwel

La tour d’Eiffel = de Eiffeltoren

Du chocolat = chocola

Chanter = zingen

Jesus = Jezus

Help the poor = help de armen

Singing = zingen

My house = mijn huis

Money = geld

 

Omdat het tijd kost moet je nu op je plaats blijven staan, maar als je weer aan de beurt bent mag je tweemaal gooien..

13. Je gaat een kindertehuis openen.

Noem vijf dingen die je nodig hebt. Ga maar gauw door naar 23.

16. Je hebt je eten gedeeld met iemand die niets had. Ruil van plaats met een van je medespelers.

20. Je doet een oproep op de tv om geld te geven voor de blinden in India. Neem het namaak tv scherm en ga je gang. Maar eerst moet je je schminken. Jij mag zeggen wie er nu aan de beurt is.

23. Je hebt zieken bezocht. De sleutel tot het hart van de mensen is naastenliefde. Daarom mag je iedereen een snoepsleutel geven.

26. Een zendeling is veel op reis. Laat alle kinderen drie plaatsen vooruit gaan en twee achteruit, terwijl ze het geluid van een trein maken. Toettoet! Dan mag je nog een keer gooien.

30. Noem de naam van een zendeling. Ga zoveel stappen vooruit als er letters in de naam zijn..

33. Iemand heeft geld gestolen uit de zendingskas. Ga terug naar af.

36. Je hebt een put gegraven, zodat de dorpsbewoners het water niet meer van ver hoeven te halen. Laat iedereen proeven van het water. Ga zoveel plaatsen vooruit als er kinderen in de groep zijn.

40. Je hebt vanmorgen samen met een vriendje/vriendinnetje stille tijd gehouden. Goedzo! Je krijgt twee boekenleggers voor in je bijbel. Geef er een aan een van je medespelers.

44. Er zitten vaak giftige slangen in het gras verborgen. Een slang heeft jou gebeten. Laat een ander kind een pleister op je hand doen en blijf een rondje zitten waar je zit. Als troostprijs krijg je een dropveter.

46. Er is een vijand die jouw kerk in brand wil steken. Ga handjedrukken met iemand die jij uitkiest. Wie wint mag er 2 vooruit.

49. Je hebt vreselijk heimwee naar Nederland. Gelukkig komt er een vriend(in) langs. Ga samen op dezelfde plaats staan.

50. Je zingt een lied, want je hebt je opdracht voltooid.

 

Reserve opdrachten: