
Nodig: leuke hoed/pet met een
pluim erop, snoepsleutel, 2 leuke boekenleggers, evenveel dropveters als er
kinderen zijn, katoenen draadjes van twintig centimeter, evenveel als er
kinderen zijn, een sterke plastic beker, cadeautje voor de winnaar.
1. Je bent niet alleen een schaapje van
de Goede Herder, maar ook een herder voor de andere mensen. Stel je pion op.
3. Noem drie dingen die
een herder voor een schaap doet (bescherming, eten en drinken geven, voor het
schaap zorgen als het ziek is, scheren, in de stal brengen.)
Als je drie dingen weet
mag je drie plaatsen verder. Anders blijf je staan.
7. Hoe noemt Jezus
zichzelf? (de Goede Herder) Ga een plaats vooruit.
10. Je moet met je schaap
naar de dierenarts. Dat kost tijd. Beurt overslaan dus.
13. Je schaap is
weggelopen en je moet hem vinden. Ren een rondje rond de tafel. Ga maar gauw
door naar 23.
16. Onze herder gaf zijn
leven voor ons. Ruil van pion met een van je medespelers.
20. Je hebt iemand
opgezocht die ziek was. Pluim verdiend. Ga naar het middelste vakje, maar
zet dan wel deze pet op, zolang je daar staat. Jij mag zeggen wie er nu aan de
beurt is.
23. De sleutel tot het
hart van de mensen is naastenliefde. Je hebt vrolijk afgewassen voor je moeder,
daarom mag je iedereen een snoepsleutel geven.
26. Een goede herder
kent zijn schapen bij name. Noem de namen van de kinderen die meespelen op. Kun
je dat? Dan mag je nog een keer gooien.
30. Je bent gaan chatten
met een vent die beweert dat hij sportief, knap en rijk is. En je gelooft hem.
Dom, dom, dom. Nooit van een wolf in schaapskleren gehoord? Ga terug naar
af.
33. Een schaap is duur.
Weet je hoe duur jij bent? (even duur als de prijs die voor jou werd betaald,
het bloed van Jezus) Ga naar het plaatsje met hetzelfde getal als de datum
van je geboorte.
36. O, wat stom, je hebt je laten overhalen
om te gaan roken. Daardoor geef je de jongere kinderen een verkeerd voorbeeld.
En schapen doen elkaar altijd na. Ga zoveel plaatsen terug als er kinderen
in de groep zijn.
40. Je hebt vanmorgen
samen met een vriendje/vriendinnetje stille tijd gehouden. Goedzo! Je krijgt
twee boekenleggers voor in je bijbel. Geef er een aan een van je medespelers.
44. Er zitten vaak
addertjes in het gras verborgen. Blijf een rondje zitten waar je zit. Als
troostprijs geef je elk kind een
dropveter.
46. Er is een dief over
de muur geklommen om een schaap te stelen. Ga handjedrukken met iemand die
jij uitkiest. Wie wint mag er 2 vooruit.
49. Je gaat nooit meer
naar de kerk. Ja, zo kom je niet verder met God. Wacht tot je wordt afgelost
door iemand anders.
50. Veilig in de armen
van Jezus. Jij bent binnen in de kooi.
Reserve
opdrachten: