Meten
Er zijn allerlei dingen waarmee je
iets kunt meten. ‘Meten is weten’ zegt men wel eens.
Laat de kinderen vijf minuten van
alles meten. Hoe lang is je neus, hoe dik is je pols of je middel, hoe groot
zijn je oren en je voeten?.
Dit is een gedichtje over Jezus
die van zijn vader leerde meten. GD11 Dan moeten ze vijf dingen opschrijven die
niet te meten zijn, bijv. haat, liefde, boosheid, macht, zonde…Zijn er grote en
kleine zonden? Wie bepaalt dat?
Kijk eens naar deze zes mensen, en
beoordeel wat ze zeggen. Hoe weet je of jouw oordeel goed is? Elk mens heeft
een geweten. Dat kan ook afgestompt raken.
Onze meetlat is de Tien Geboden.
(Les 21 cursus.) Laat de Tien Geboden op je vingers zien. (Je moet ze telkens
in je les betrekken, tot ze ze uit hun hoofd kennen en lang daarna) belijd je
zonden aan God, dan kan hij je veranderen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|