
Laat
ons spreken altijd vriendelijk zijn.
Leg een stuk
of tien steentjes neer en tien stukjes brood. Deze bladzijde kun je uitprinten
en op tafel leggen, of je leest de
zinnen voor en dan laat je de steentjes en de stukjes brood op twee schoteltjes
leggen, een schoteltje voor de mooie dingen en een schoteltje voor de lelijke
dingen.
Hier zijn
een paar zinnen. Ze zijn brood of ze zijn een steen.
Leg om de
beurt een stukje brood of een steentje op het papier, of leg ze op een of ander
schoteltje.Waarvan zijn er meer?
Kun je ‘Ja
hoor, dat geloof ik!’ vriendelijk zeggen, maar ook onaardig? Laat eens horen…
Kun je
‘Sorry!’ zowel vriendelijk als hard zeggen? Laat eens horen…
|
Kom maar,
dan zal ik je even helpen. |
Jij hebt
altijd een chagrijnige smoel. |
Jij wordt
later putjesschepper. Je kan
niks. |
Zullen we
een potje voetballen? |
Ze moesten
al die buitenlanders het land uitzetten. |
|
Kom je
even een bakkie koffie drinken? |
Mag ik een
eindje met je meelopen? |
Heb je al
gehoord dat Hans z’n vader altijd dronken is? |
Ik sta
echt achter je. |
Ja hoor,
dat geloof ik. |
|
We hebben
alles voor je over. |
Morgen
komt er weer een dag. |
Zal ik er
een pleister op doen? |
Eigen
schuld, dikke bult. |
Ja, dat
had ik je ook wel kunnen zeggen. |
|
Na regen
komt zonneschijn. |
Wie zijn
gat brandt moet op de blaren zitten. |
Daar zijn
vrienden voor. |
Welkom. |
Ik zal de
hond op je afsturen. |
|
Gezellig,
hè? |
Met z’n
allen staan we sterk. |
Ik zegen
jou. |
Maak dat
je wegkomt, stuk ongeluk. |
Sorry. |