Denkstarter licht
of donker

Doel: Onderscheiden wat goed en
kwaad is.
Spel: Neem voor
elk kind vijf dropjes en vijf pepermuntjes. Leg het snoep in twee schalen. De
pepermuntjes bij elkaar en de dropjes bij elkaar. Lees tien uitspraken voor. Ze
mogen kiezen of dit bij licht of duisternis hoort. Als hij bij licht hoort neem
je een pepermuntje en bij duisternis een dropje. Na afloop even kijken of het
aantal klopt met de antwoorden.
Uitspraken:
1. Mijn
vader helpt bij de voedselbank.
2. De boze
jongen gaf zijn klasgenoot een dreun tegen zijn kop.
3. Anneloes
had tien euro gespaard om naar de zending te sturen.
4. Mijn
broer en ik zijn op bezoek geweest bij oma in het bejaardentehuis.
5. Elk kind
pikt wel eens wat bij een warenhuis weg.
6. Heb je
zin om samen een potje te darten?
7. Die
vluchtelingen moeten niet in ons land wonen, laten ze eerst onze taal maar eens
spreken.
8. We hebben
zo gelachen, op dat feestje hebben we allemaal flink wat bier gedronken.
9. Het is zo
leuk om Machmed te pesten, hij zit in een rolstoel en kan toch niks terug doen.
10. Zal ik
je even helpen met boodschappen doen, mam?