Waarmee vergelijk je vergeving?

 

                                             zachtantwoord.JPG

 

Neem een aantal voorwerpen om vergeving mee duidelijk te maken.

Een bal, een deken, een stukje zeep, een potje stroop, een hamer, een stufje (gummetje), een pleister.

 

Laat de kinderen in groepjes met een papiertje overleggen en opschrijven met welk voorwerp je het beste vergeving kunt duidelijk maken.

Een bal, die kaats je terug.

Een deken, die bedekt.

Een stukje zeep, dat wast het vuil weg

Een potje stroop, daarmee geef je de ander een zoet hapje in plaats van het bittere.

Een hamer, daarmee timmer je de ander op zijn kop.

Een stufje, daarmee veeg je alles uit.

Een pleister, daarmee troost je.

Lijm, daarmee maak je weer heel.

Schepje, daarmee gooi je er zand overheen.

Kleurtjes, daarmee maak je er iets moois van.

Snoepje, daarmee slik je iets van een ander

Cadeautje, daarmee verzoen je.