Maak
een samenvatting

Het Woord van God kan zoveel veranderen in een mens.
Hieronder staan een aantal korte stukjes over wat de bijbel uitwerkt in
mensenlevens. Schrijf in één van de lege vakjes een samenvatting in je eigen
woorden van vijf zinnetjes. Lees je samenvatting later in de kring aan de
anderen voor.
|
onderwerp |
Verhaal |
Mijn samenvatting |
|
De Bijbel verandert karakters |
Een sterretje voor Jezus. In het jaar 1899 woonde er in de stad Ongekroonde Koning in Zuid-India
een meisje dat Sterretje heette. Zij was erg ongelukkig en zat vol vragen.
Een van die vragen was: "Wie is er nou eigenlijk de allerhoogste
god?" Sterretje was namelijk een Hindoemeisje en in die godsdienst zijn er heel
veel goden en godinnen. Ze bad tot de aapgod en de slangengod, de koegod en
de olifantengod. Weet je waarom ze wilde weten wie de allerhoogste God is? Ze
wilde namelijk zo heel erg graag van haar driftbuien afkomen. Zowat elke dag kreeg ze
zo'n aanval. Dan wilde ze schoppen, slaan, gillen en krabbelen. Je begrijpt
wel, dat er dus niemand met haar wilde omgaan. Ze wilde niet driftig worden,
maar ze kon het gewoon niet laten. Op een keertje hoorde ze op het Mooie Veld bij het meer een groep mensen
zingen. Nieuwsgierig als ze was, ging ze staan luisteren. Een van de mannen,
een Christen, vertelde wat de levende God voor hem had gedaan. "Vroeger was ik een leeuw," zei hij, "maar nu ben ik een
lam." Sterretjes hart sprong op van blijdschap. Er was dus toch een God die
haar helpen kon. De volgende dag ging ze naar de Christenen toe en stelde heel veel
vragen. Er was ook een witte vrouw, Amy Carmichael genaamd. Die vertelde haar
van Jezus. Ze toonde haar een plaat van Jezus aan het kruis. Met tranen in de
ogen keek Sterretje ernaar. Was deze God zo lief, dat hij om haar een ander
karakter te geven, aan het kruis was gegaan? Het was net of het licht werd in
haar duistere hartje toen ze vroeg of Jezus haar zonden wilde vergeven. |
|
|
De bijbel is als een spiegel. |
Kijk eens in de spiegel Een aap, een hond en een poes stonden eens voor een lachspiegel. De aap
had in de spiegel een heel grote snuit en een klein lijf. De hond had een
zeer hoog voorhoofd, alsof hij een professor was met piepkleine pootjes. De
poes had een vreselijk grote bek. Het drietal maakte een tijdlang plezier tot
het tijd was om naar huis te gaan. Onderweg moesten ze een groot bouwterrein
oversteken. Zo ongeveer halverwege gekomen, begon het erg te onweren. Ze zochten
een plekje om te schuilen. Gelukkig lagen er wat grote rioolbuizen. De aap
stond op het punt om erin te kruipen, toen hij zich ineens herinnerde hoe hij
er in de spiegel uitzag. 'Och,' zei hij, 'Wat jammer nou! Mijn snuit is veel te groot voor deze
buis.' 'Ach,' zuchtte de hond, 'mijn hoofd is te hoog.' De poes miauwde klagelijk: 'Wat erg, mijn bek is veel te breed.' Rillend van ellende en kou zaten ze een tijdlang naast de buizen. 'Hé,' riep de poes ineens, 'zei jij dat je kop te hoog was, hond?' De hond knikte treurig. 'Maar .... dat is helemaal niet waar!' De dieren ontdekten, dat de spiegel niet deugde. Ze gingen gauw naar
binnen en zaten veilig en droog tot het onweer voorbij was. Gods woord is ook
een spiegel, maar dan wel een goeie. Door er in te lezen komen we erachter
wie we zijn. Door te doen wat erin staat zullen we veilig kunnen schuilen
tegen de stormen van het leven. |
|
|
De bijbel leert dat liefde sterker is dan haat. |
Liefde is sterker dan haat Ergens in midden Afrika woonde een man, die
Tomas heette. Met zijn vrouw en tien kinderen leefde hij in een ronde hut met
een rieten dak. Tomas hield veel van de Heer Jezus en hij was altijd bereid
iemand te helpen. Daarom haatte zijn overbuurman hem zo. Op een nacht stak
hij met een brandende fakkel het strooien dak van Tomas' hut in brand.
Gelukkig merkte Tomas het op tijd. De brand werd geblust en er gebeurde niks.
Nog twee keer probeerde die boze buurman het. De laatste keer stond er echter
een harde wind. De vonken sloegen over naar zijn eigen hut. 'Kijk uit!' schreeuwde Tomas hem toe. Maar het was al te laat. De droge
dakbedekking vatte vlam en stond al gauw in lichter laaie. 'Vrouw!' schreeuwde Tomas, 'Ga jij door met
het blussen van ons dak, dan ga ik de buurman helpen.' En ja, binnen de kortste keren waren ze de
brand meester. 'Tomas,' zeiden de andere buren, 'Nu moet je
toch heus naar het stamhoofd gaan en alles vertellen. Dan kan hij je vijand
in de gevangenis stoppen.' Tomas wilde liever zijn vijand liefhebben, zoals Jezus ons leerde. Hij
knielde neer en bad of God hem wilde veranderen in een vriend. Toch kwam het
stamhoofd alles te weten. De buurman werd opgepakt en in de gevangenis
geworpen. Daar zat hij tussen zware misdadigers. Op een dag kwam Corrie ten
Boom er prediken. Ze vertelde, dat God mensenlevens kan veranderen. De
buurman begon te huilen. Hij beleed zijn zonden. Zodra zijn straftijd om was,
ging hij vergeving vragen aan Tomas. Die twee werden de beste vrienden. Samen
gingen ze in de omliggende dorpen van de Heiland vertellen. Zo zie je, dat
liefde sterker is dan haat. |
|
|
De bijbel geeft hoop aan hopelozen. |
Het
ziekenhuisraam Twee mannen, beide ernstig ziek, lagen in dezelfde kamer in het
ziekenhuis. Eén van de twee mocht elke middag een uurtje rechtop zitten. Zijn
bed stond vlak naast het raam. De ander moest plat op zijn rug blijven
liggen. De twee raakten met elkaar in gesprek. Ze vertelden elkaar al hun
hartsgeheimen. Het ging over hun vrouw en hun kinderen, hun thuis, hun baan,
hun vakanties en hun opvattingen in het leven. Elke
middag, als de man bij het raam wat mocht opzitten, beschreef hij aan zijn
maat wat hij buiten zag. De man in het andere bed leefde er helemaal van op.
De vriend bij het raam vertelde, dat het raam uitzag op een park en een
schitterend meer. Eenden en zwanen zwommen in het water en kinderen aan de
kant lieten hun zelfgemaakte bootjes te water. Een verliefd stelletje
wandelde arm in arm tussen de veelkleurige bloembedden en de mooie skyline
van de stad begrensde de horizon. Bij deze beschrijvingen deed hij meestal
zijn ogen dicht en maakte zich er een voorstelling van. Op een warme namiddag
beschreef de zittende vriend zelfs een voorbijgaande parade. Hoewel de band
niet te horen was, kon hij zich er wel een goeie voorstelling van maken. Dagen en
weken gingen voorbij. Maar op een
ochtend vonden ze de man bij het raam dood in bed. Hij was vredig ingeslapen.
De andere
man miste zijn vriend en vooral het uurtje met de prachtige beschrijvingen
van wat er buiten te zien was. Zou hij durven vragen of hij misschien bij het
raam mocht liggen? Misschien, dat hij dan soms eventjes, zich op kon richten
om een glimpje op te vangen van het heerlijke uitzicht. En ja het
mocht. Vol verwachting richtte de man zich, zodra de verpleegkundige weg was,
op zijn ellebogen op en wat zag hij? ... Een lelijke muur met een
schreeuwende reclameposters en een vieze binnenplaats. Zijn vriend, die hem zo bemoedigd had, was namelijk... blind geweest. |
|
|
De bijbel leert ons om te kiezen |
Eskimo’s Er was eens een zendeling die
ging werken onder de Eskimo's. Hij wilde hun zo graag de Bijbel uitleggen,
maar dat viel echt niet mee. Dat koude land van sneeuw en ijs was zo totaal
anders dan het land van de Bijbel. Hoe kon je hen uitleggen wat een herder is
en schapen? Van palmbomen en wijnstokken hadden ze nog nooit gehoord. De
zendeling bad ervoor en keek goed hoe de Eskimo's leefden. Ze sliepen in
iglo's en reisden met sleden en sledehonden. Ze leefden van vis. Moest hij
hen vertellen dat de Heer Jezus zei: 'In de iglo van mijn vader kunnen veel
mensen wonen?' Opeens kreeg hij een idee. 'Kijk,' zei hij tegen ze, 'In
ons hart zijn twee honden aan het vechten, een witte en een zwarte. De witte
is erg lief, maar de zwarte is heel gemeen.' 'En wie wint er?' vroegen de
Eskimo's heel nieuwsgierig. De zendeling keek hen stuk
voor stuk aan en zei ernstig: 'Wie er wint? ...' Het werd doodstil, iedereen
wilde het antwoord weten. 'De hond die jij eten geeft,
wint!' zei de zendeling raadselachtig. De Eskimo's snapten het drommels goed. En
jij? |
|