Toneelstukje:
Verslaving

Nodig: vijf
touwtjes, leeg flesje bier/breezer, leeg cigarettenpakje, stripje van
medicijnen, plaatje van een computer, of een oud toetsenbord, stuk karton met
daarop een tv getekend, evt. een plaatje van hennep.
Spelers: vijf
kinderen, een koopman, een evangelist.
Doel: te laten
zien wat verslaving is.
Koopman: Gratis,
gratis, alle is gratis. Ik heb precies wat u zoekt.
Hij gaat elk ding aanprijzen. Neem deze heerlijke sigaretten. Je denken
wordt helderder, je zenuwen word je de baas…. Enz. enz.
Hij vraagt: Wie wil dit eens proberen. Eén keertje maar. Het is echt
gratis.
Er komt een kind en die zegt: Ik.
De koopman geeft het gevraagde en bindt meteen een touwtje aan de pols van
het kind. Het kind gaat wat aan de kant staan.
En zo voorts tot alle vijf dingen weggegeven zijn. Dan laat hij ze
springen.
Als hij aan het touwtje trekt moet het kind wat eraan vast zit springen,
knielen, dansen enz.
Er komt er iemand die het uitlegt.
Hij heeft een evangelie met in de rug verborgen, vastgeplakt met plakband,
een scheermesje (voorzichtig mee zijn). Met het evangelie snijdt hij alle
banden door als het kind roept: Jezus, redt mij.